Dinsdag 10 en donderdag 12 november stond de behandeling van de laatste begroting van deze periode op de agenda. In een moeilijke tijd is het college er in geslaagd een degelijke sluitende begroting aan de raad te presenteren.
In deze laatste begroting is ook een andere werkwijze gekozen. Op dinsdag, tijdens de algemene beschouwingen, kon er in tegenstelling tot voorgaande jaren gedebatteerd worden over de bijdragen van de verschillende partijen. Dat leverde leuke, soms scherpe debatten op.
Tot mijn verbazing werd ik in mijn algemene beschouwing aangevallen op mijn uitspraak dat ouders verantwoordelijk zijn voor de opvoeding van hun kinderen. En als men zich aan de verantwoordelijkheid ontrekt daar de pijn van moet voelen. Ik zie nog te vaak dat ouders het leuk vinden om kinderen te hebben, maar de verantwoordelijkheid van de opvoeding bij anderen leggen. Het onderwijs, de sportvereniging, ze dragen bij aan de ontwikkeling van kinderen, de overheid vervult een ondersteunende rol en kan een bijdrage leveren bij het opvangen van kinderen, maar uiteindelijk blijven de ouders verantwoordelijk.
Mijn bijdrage begon overigens met de problemen van jongeren vanaf 12 jaar. Jongeren veroorzaken wellicht overlast, maar dat heb ik zelf ook wel veroorzaakt toen ik op straat met vrienden rondhing en mijn kinderen zullen soms ook overlast veroorzaken, maar daar zit mijn punt niet. Er is wel een probleem met jongeren die crimineel gedrag gaan vertonen en daarbij andere jongeren betrekken. Drugshandel, bedreigingen of vernielingen hebben niets meer met kwajongensstreken te maken. Jongeren die willen meedoen in de samenleving zullen we helpen, maar jongeren die niet willen moeten wat mij betreft hard worden aangepakt.
Mijn punt zit erin dat deze problemen niet van de ene op de andere dag zijn ontstaan. In de ontwikkeling van kinderen tot 12 jaar zie je de problemen ontstaan, Daar zie je dat er ouders zijn die zich onttrekken aan de opvoeding van hun kinderen. Ouders moeten verplicht worden om betrokken te zijn bij de ontwikkeling van hun kinderen. En als ze dat niet willen dat moeten ze maar voelen. Ouders die wel willen maar niet kunnen moeten geholpen worden, daar zijn verschillende mogelijkheden voor.
In de krant is wellicht de indruk ontstaan dat we daarbij onderscheid maken tussen allochtoon of autochtoon. Niets is minder waar. Mijn bijdrage geldt voor elke ouder en dat staat los van afkomst.
Laatste reacties